Brief van de provinciaal

brief van de provinciaal 2018-2019/10

De voorbije dagen mochten we twee belangrijke salesiaanse heiligen gedenken. Op 6 mei was het de feestdag van de heilige Domenico Savio en op 13 mei was het Maria Domenica Mazzarello die ons mocht inspireren. Met ons jaarthema ‘Heiligheid ook voor jou’ loont het de moeite na te gaan hoe beide bovenvermelde figuren tot ‘heiligheid’ zijn gekomen. De laatste tijd hoor ik af en toe de verzuchting dat het jaarthema moeilijk te begrijpen is voor mensen van deze tijd en dat heiligheid een te hoog gegrepen woord is voor jongeren van nu. Wellicht kunnen de levensverhalen van Domenico Savio en Maria Mazzarello ons helpen om de betekenis te achterhalen.

In de salesiaanse traditie klinkt de term ‘heiligheid’ niet zo abnormaal. De heilige Franciscus van Sales schreef reeds over de heiligheid voor allen. Toch fronsen velen de wenkbrauwen als ze horen dat ook zij daartoe geroepen zijn. Onze Algemeen Overste omschrijft het als volgt: “Het gaat om een geslaagd leven, naar het plan van God, in verbondenheid met Hem en met de andere mensen. … Heiligheid vereist niet dat men van zichzelf vervreemdt of zich van zijn medemensen verwijdert, maar dat men een intens leven leidt, moedig en menselijk.” Deze omschrijving brengt ons al wat dichter bij het eenvoudige, voorbeeldige leven van Savio en Mazzarello. Zij hebben geen buitengewone dingen gedaan, maar leefden volgens Gods plan, in navolging van Christus, aangemoedigd door de mensen in hun omgeving.

Zo kreeg Don Bosco op zijn weg naar heiligheid de eerste inspiratie van zijn eigen moeder, Margherita Occhiena, een eenvoudige boerin zonder opleiding of theologische kennis, maar met de zachtheid van een moederlijk hart en met de kracht van haar geloof. Ook voor haar is een traject tot heiligverklaring opgestart. Je hoeft dus geen geleerde te zijn of uitzonderlijke zaken gerealiseerd te hebben. Er zijn inderdaad ontzettend veel meer mensen die op een heilige manier geleefd hebben, zonder dat ze ooit ‘heilig verklaard’ zullen worden. Wellicht kennen we in onze omgeving allemaal zulke mensen die door hun aanstekelijke goedheid en hun overtuigende keuze voor God en mens als heilig kunnen bestempeld worden. Waarom zou dat dan niet haalbaar zijn voor ieder van ons?

Laten we eens kijken hoe dat gelopen is in het leven van Domenico Savio (1842-1857, heilig verklaard op 12 juni 1954). In zijn Letture Cattoliche publiceerde Don Bosco in 1859 een levensbeschrijving van deze jongen die onder meer om gezondheidsredenen op 12-jarige leeftijd bij Don Bosco in Valdocco aangekomen was. Amper drie jaar later overleed hij. Ondanks zijn kleine, tengere gestalte had hij een sterke persoonlijkheid. In de korte tijd die hij in het Oratorio doorbracht, had hij een bijzonder positieve invloed op zijn kameraden. Dat hij een opvallend gelovige jongen was, bleef ook voor Mamma Margherita, de moeder van Don Bosco, niet onopgemerkt. ‘Je hebt hier veel uitzonderlijk goede jongens’ zei ze tot haar zoon, ‘maar geen enkele van hen kan Domenico overtreffen’.

Het is niet mijn bedoeling op gedetailleerde wijze het leven van Domenico Savio te vertellen. Toch wil ik minstens gezegd hebben dat hij leefde vanuit een passie op spiritueel vlak: de passie om dicht bij God én dicht bij de andere jongeren uit zijn omgeving te zijn. Je zou zijn hele leven kunnen typeren met de troostende woorden uit psalm 100 die hij, aldus Don Bosco, richtte tot zijn doodzieke kameraad Camillo Gavio: ‘Servite Domino in laetitia’ (Dien de Heer met vreugde).

Don Bosco zag zijn opvoedingsdoelen alleszins op unieke wijze gerealiseerd in Domenico Savio. Deze voorbeeldige jongen wist het goddelijke en het menselijke te verenigen zoals Don Bosco het graag wilde en zoals hij het ook droomde voor zoveel andere jongeren. Bij het schrijven van Savio’s biografie haalde Don Bosco tientallen keren citaten aan uit de Bijbel. Het valt op dat ze overwegend uit de brieven van Paulus komen en dat het vooral verzen zijn die oproepen tot een deugdzaam christelijk leven, of - om het met een woord van Don Bosco te zeggen - verzen die uitnodigen tot ‘heiligheid’. Deze heiligheid was volgens Don Bosco haalbaar voor iedere jongen want je moest het niet zoeken in buitengewone dingen, maar in het doen van het gewone op een buitengewone manier. Het kwam er op aan je in te zetten om, met Gods genade, te doen wat je moest doen en zo te beantwoorden aan datgene waartoe God jou in dit leven geroepen had.

Een heel ander verhaal is dan weer het leven van Maria Domenica Mazzarello. Zij werd geboren op 9 mei 1837 in Mornese, een dorp in de Italiaanse Monferrato. Als oudste van een groot gezin werd ze al snel mee ingeschakeld bij het werk in de wijngaarden. Toen ze 10 jaar oud was, werd Don Pestarino kapelaan benoemd in Mornese. Deze jonge, bewogen priester had een grote invloed op het geloofsleven van zijn parochianen. Zijn diepe innerlijke verbondenheid met God probeerde hij over te brengen op de mensen van het dorp. Graag gebruikte hij daarbij het voor zijn mensen vertrouwde beeld van de wijnstok en de ranken, waar Jezus uitlegt dat de rank geen vrucht kan dragen als ze niet verbonden is met de wijnstok, of met andere woorden: de mens is tot niet veel in staat als hij niet verbonden leeft met God.

Onder de spirituele leiding van Don Pestarino groeide Maria Domenica op tot een diepgelovige jonge vrouw die de bron van haar geloofsleven ontdekte in Christus en het evangelie. Door een zware ziekte nam haar leven op 23-jarige leeftijd een heel andere wending. Ze interpreteerde het als een teken van God, die met haar leven een andere richting uit wilde dan het stichten van een gezin en het werken in de wijngaarden. Ze begon met de opvang van weesmeisjes.

Don Pestarino leerde in die jaren Don Bosco kennen en zorgde er voor dat hij in 1864, tijdens de jaarlijkse ‘herfstwandeling’ met zijn jongens, Mornese bezocht. Zowel Don Bosco als Maria Domenica voelden aan dat zij met eenzelfde bezieling gekozen hadden voor het jeugdwerk. Daarom zag Don Bosco hier plots een mogelijkheid om iets te realiseren waar hij al lang van droomde: een congregatie stichten die hetzelfde werk zou doen als hij, maar dan voor de meisjes. Maria Domenica werd later erkend als ‘mede-stichteres’ van de ‘Dochters van Maria Hulp der Christenen’ (of ‘Zusters van Don Bosco’, zoals wij hen kortweg noemen). Deze congregatie en dit werk voor de meisjes zou bijzonder snel groeien. Maria Domenica was er de drijvende kracht achter. Helaas overleed ze al in 1881, op slechts 44-jarige leeftijd. Ze werd heilig verklaard in 1951.

Als de zusters na haar dood op zoek gingen naar een Bijbels beeld om haar te typeren, moesten ze niet ver zoeken. Zoals bij Don Bosco het beeld van de ‘Goede Herder’ paste, zo werd voor haar het beeld van de wijnstok en de ranken (Johannes 15,1-8) gekozen. Maria Domenica Mazzarello moet dit stukje uit het evangelie goed gekend hebben. Ze wist dat het ging om de verbondenheid tussen God en mens: een verbondenheid die onmisbaar is om vruchten voort te brengen.

Zowel Domenico Savio als Maria Mazzarello hebben, ieder op hun manier, beantwoord aan wat Don Bosco schrijft in zijn brief van 10 mei 1884 uit Rome: “Ik heb slechts één wens, namelijk jullie gelukkig te zien in deze wereld en in de eeuwigheid.” Voor hem was heiligheid altijd een heiligheid voor en met de jongeren: zelf de volmaaktheid en het geluk nastreven om te midden van jonge mensen een verlangen te wekken om ook die weg op te gaan. Al wie zich in het opvoedingswerk laat leiden door het pedagogisch-pastoraal project van Don Bosco weet dat het geheim niet schuil gaat in allerlei buitengewone dingen, maar in het doen van het gewone alledaagse op een buitengewone manier, gestuwd door de kracht die we daarvoor van God mogen ontvangen.

Personalia

In de vorige rondzendbrief kon ik reeds meedelen dat Bert Van Hecke vanaf einde juli 2019 vicaris van de provinciaal zal worden, dat Frans Matthyssen bevestigd werd voor een nieuw mandaat van drie jaar als provinciaal raadslid, dat Bart Decancq benoemd werd als nieuw lid van de provinciale raad voor een periode van drie jaar en dat Mark Den Haerynck bereid gevonden werd om zijn taak als directeur van Hechtel verder op te nemen.

Vanaf 15 augustus 2019 zal Hans Decancq de nieuwe directeur worden van de salesiaanse gemeenschap van Oud-Heverlee. Hans behoort momenteel tot de gemeenschap van Groot-Bijgaarden en is nu nog werkzaam in de parochies van Borchtlombeek en omgeving.

In Amsterdam zal Andy Jebarus, die reeds tot deze gemeenschap behoort, de fakkel overnemen van Dominiek Deraeve. Andy is daarmee de eerste medebroeder-missionaris (afkomstig uit Indonesië) die het ambt van directeur opneemt in onze provincie. Dit mag zonder twijfel gezien worden als een teken dat onze jonge medebroeders-missionarissen zich goed integreren in onze provincie en dat ze een onmisbare bijdrage leveren voor het toekomst van het salesiaans charisma in Nederland en Vlaanderen.

Voor Assel-Wijchen vroegen we Wim Flapper, reeds drie jaar directeur van deze gemeenschap, om deze functie verder op te nemen.

In Amsterdam zijn de medebroeders de voorbije weken verhuisd van de Apollolaan 91 naar de ruime pastorie in de Pieter Calandlaan 196, 1069 LA Amsterdam, naast de Pauluskerk. Bij die gelegenheid is ook Jan Van Oycke, die de voorbije maanden genoot van een sabbatperiode in Oud-Heverlee, op 26 april verhuisd naar Amsterdam. Hij zal er, met de expertise die hij verworven heeft in Jeugdhuis De Takel in Oostende, meewerken aan het opstarten en uitbouwen van een jeugdwerk in de multiculturele zone Nieuw-West van de stad waar de salesianen nu wonen.

Aan Dominiek Deraeve, huidig directeur en pastoor in Amsterdam hebben we gevraagd om een nieuwe opdracht op te nemen in Assel. Dominiek is na zes jaar goed vertrouwd met de Don Boscowereld in Nederland en zal met zijn salesiaanse bewogenheid ondersteuning verlenen aan de vele mensen die betrokken zijn bij de salesiaanse werken in Nederland. We kiezen bewust voor een blijvende aanwezigheid van een gemeenschap van salesianen in Assel, dat toch de thuishaven is van de Don Bosco Werken in Nederland en waar jongeren en Don Boscowerkers graag vertoeven. Dominiek zal vicaris worden van de gemeenschap, ter vervanging van Theo Roelofs die het omwille van zijn leeftijd rustiger aan mag doen. Dominiek zal de zorg opnemen voor de gemeenschap en voor de liturgie ter plaatse en in de naburige Heilige Geestkapel. Assel Don Bosco Centrum, waar jaarlijks veel jongeren en volwassenen over de vloer komen, mag op hem rekenen om samen met de vrijwilligers gastheer te zijn en een aanbod te doen voor groepen die rekenen op het getuigenis van een salesiaan.

Als Dominiek naar Assel verhuist, wellicht tegen 8 december 2019, zal Andy Jebarus zijn taak als directeur van Amsterdam opnemen en zal Luc Sermeus naar Amsterdam verhuizen. Als ietwat oudere medebroeder zal Luc vooral ondersteuning bieden en een klankbord zijn voor de jonge medebroeders van deze gemeenschap. Met zijn gekende talenten zal Luc als econoom de huiselijkheid en de gastvrijheid voor de mensen van de parochie en het jeugdwerk garanderen.

De huidige directeur van Oud-Heverlee, Carlo Loots, zal de gemeenschap van Heverlee vervoegen. Van daar uit zal hij zijn verantwoordelijkheid voor Don Bosco Vorming & Animatie verder opnemen en een aantal opdrachten op provinciaal niveau blijven behartigen. In opvolging van Bert Van Hecke wordt Carlo tevens ondervoorzitter van VIA Don Bosco.

Rik Alen zal van Hechtel naar Oud-Heverlee verhuizen. Dat zal het contact met zijn zus, die zuster van de Jacht is in Heverlee, vergemakkelijken. Na de drukke jaren met velerlei taken in Hechtel, wil Rik graag meer tijd voor studie, bezinning en gebed. In Hechtel zal hij opgevolgd worden door Koen Delft als vicaris van de gemeenschap.

Hoan Pham heeft als jonge medebroeder in opleiding twee stagejaren achter de rug in de gemeenschap en de school van Hechtel. Om verder in te groeien in onze provincie zal hij de komende twee jaar in de gemeenschap van Oostende wonen. Hij zal zich engageren in de werking van het Jeugdhuis en in de jongerenpastoraal in de omgeving en ondertussen verder de taal leren.

Cirilo de Deus zal de gemeenschap van Oostende verlaten en theologie gaan studeren aan onze universiteit in Rome, vanuit de gemeenschap van Gerini. Zijn kennis van de Portugese taal zal hem helpen om vlot Italiaans te leren.

Onze Mexicaanse medebroeder Pedro Ayala heeft na het leren van onze taal enkele jaren in Amterdam gewerkt. Na een verblijf in zijn land van herkomst hoopt hij nu zo spoedig mogelijk terug naar onze provincie te komen. Hij zal deel uitmaken van de gemeenschap van Oostende en zich engageren in de plaatselijke initiatieven en de jongerenpastoraal van de stad.

Nilesh Dodiyar die eind januari 2019 als nieuwe missionaris in Heverlee aankwam, is voor een bezinningsperiode vertrokken naar India, zijn land van oorsprong.

Na een lange revalidatie in Raalte (NL) is onze medebroeder Wim Boksebeld deze maand terug naar Haïti kunnen vertrekken. Hoewel Wim blijvende gevolgen van het ongeval zal ondervinden, wil hij naar vermogen zijn werk in Port-au-Prince verder zetten. Hij is alleszins blij dat hij zijn gouden priesterjublieum (gewijd in 1969) zal kunnen vieren in zijn geliefde Haïti.

Ten slotte nog dit: in de gemeenschap van Oud-Heverlee zullen in augustus-september twee jonge priesters bijkomen. Deze medebroeders komen een diploma behalen aan de KULeuven en zullen daarna terugkeren naar hun land. De ene komt uit de provincie AGL (Rwanda-Burundi-Oeganda), de andere uit de provincie Tiruchy in India. Ook in Heverlee zal een jonge medebroeder bijkomen, met de bedoeling als missionaris in onze provincie te blijven. Hij komt uit Oeganda.

Samen met de provinciale raad ben ik ontzettend dankbaar dat heel wat medebroeders bereid zijn een nieuwe uitdaging aan te gaan. Vaak betekent dit dat ze vertrouwde dingen moeten loslaten om elders opnieuw aan de slag te gaan. Dit is niet vanzelfsprekend, maar het houdt hoe dan ook een groeikans in voor ons religieus leven. Moge God iedere medebroeder blijven zegenen met alle goeds om onze salesiaanse roeping waar te kunnen maken.

Maria, Hulp van de Christenen
Van oudsher noemen we de maand mei de Mariamaand. Bij Don Bosco was 24 mei een grote gebeurtenis in het Oratorio van Valdocco. Naar zijn voorbeeld viert de wereldwijde salesiaanse beweging rond Don Bosco ieder jaar opnieuw op diezelfde datum het feest van Maria, Hulp van de Christenen. Gedurende negen dagen (noveen) leven we momenteel naar dit feest toe. In de Constituties van de Salesianen van Don Bosco staat in nr. 92: “Maria, de Moeder Gods, heeft een heel eigen plaats in de heilsgeschiedenis. Zij is model van gebed en van pastorale liefde, leermeesteres van wijsheid en gids van onze Familie. Wij overwegen haar geloof en volgen het na, evenals haar zorg voor de behoeftigen, haar trouw in het uur van het kruis en haar vreugde om de wonderdaden die de Vader verricht. Maria, Onbevlekt en Hulp van de Christenen, voedt ons op tot volle overgave aan de Heer en zij bemoedigt ons bij de dienst aan de medemensen.” In nr. 34 lezen we: “We leren de jongeren Maria kennen en beminnen als diegene die geloofd heeft, hulp biedt en hoop.”

Nog steeds de moeite waard vind ik het boekje Don Bosco en Maria van Adriaan De Cooman dat in 2000 verscheen en hopelijk in iedere gemeenschap nog te vinden is in de huisbibliotheek. Daarin gaat de auteur eerst op zoek naar de plaats die Maria toebedeeld krijgt in het leven van Don Bosco en hoe hij Haar aanspreekt. Daarna beschrijft hij in een tweede deel hoe ze het salesiaans charisma mee bepaald en getekend heeft doorheen de tijd. Hij doet dit aan de hand van de passages waar Zij te vinden is in de Constituties van de Salesianen, eerst in de oorspronkelijke versies die Don Bosco voorlegde met het oog op de goedkeuring van de congregatie, en daarna in de actuele versie die tot stand kwam na het Tweede Vaticaans Concilie. In een derde deeltje staat hij stil bij de titel ‘Maria, Hulp van de Christenen’ waarmee Don Bosco Haar uiteindelijk heeft liefgehad en waarmee wij Haar nog steeds vereren.

In zowat alle salesiaanse gemeenschappen over de hele wereld wordt de dag geopend met een gebed en toewijding aan Maria en wordt de dag afgesloten met het Salve Regina of met het Nederlandstalige lied ‘U groeten wij, Maria’. Deze mooie traditie drukt niet alleen onze trouw uit aan onze stichter Don Bosco, maar ze is vooral een teken van het vertrouwen in de moederlijke zorg van God die we in Maria mogen herkennen. Laten wij Haar steeds in ere houden en zeker in de aanloop naar Haar feestdag van 24 mei onze dankbaarheid, onze zorgen de intenties van onze salesiaanse provincie en de gebedsintenties van vele mensen aan Haar toevertrouwen.

In salesiaanse verbondenheid

Wilfried Wambeke sdb
Provinciaal

Wilfried Wambeke, sdb • Salesianen van Don Bosco, • geplaatst op 19 mei 2019