Brief van de provinciaal 2019-2020/11

Onze provinciaal, Wilfried Wambeke, brengt nieuws uit de provincie.

De coronacrisis heeft onze wereld stevig door elkaar geschud. Er zijn de voorbije weken al veel vragen gesteld over de manier van leven van de hedendaagse mens. Het is niet mijn bedoeling om hier nog een essay aan toe te voegen, maar ik wil in deze brief toch enkele ideeën samenbrengen.

Het valt me op hoe creatief de mens kan zijn als hij plots verplicht wordt een reeks beperkende maatregelen te respecteren. Enerzijds voelen we ons kwetsbaar en bang, maar het houdt ons anderzijds niet tegen om er op een vindingrijke wijze het beste van te maken in de nieuwe omstandigheden. Mensen herontdekken talenten die door de dagelijkse sleur van het leven ondergesneeuwd raakten. In het gemis ervaren we hoe sterk we in feite met elkaar verbonden zijn en elkaar niet kunnen missen. We staan stil bij wat ons verbindt met onze dierbaren en we vinden nieuwe communicatiekanalen om elkaar niet los te laten.

De zorg voor elkaar mag weer uitdrukkelijk genoemd worden. Je hoeft je plots niet meer te schamen als je woorden als nabijheid en solidariteit en verbondenheid luider laat klinken dan de harde economische begrippen van nut en rendement en concurrentie. De bewondering voor mensen in de zorg die er alles aan doen om mensenlevens te redden, is groot, evenals de dankbaarheid voor wie er toe bijdraagt dat we ondanks alle beperkingen toch voorzien blijven van het levensnoodzakelijke. Vraag is natuurlijk of we straks, als het ergste voorbij is, weer in de oude vertrouwde patronen zullen vervallen. Dat zou bijzonder frustrerend zijn voor mensen die zich door de situatie van de voorbije maanden gerealiseerd hebben wat er in het leven echt toe doet. Het zou jammer zijn als we uiteindelijk niets geleerd hebben uit deze ingrijpende crisis.

Eigenlijk ben ik er gerust in dat we wel degelijk andere accenten zullen gaan leggen. Het ligt voor de hand dat alle positieve dingen die in deze crisistijd ontwikkeld worden in onze huizen en werken om kinderen en jonge mensen zo goed mogelijk op te vangen en te begeleiden, een weerklank zullen krijgen in de wijze waarop we het project van Don Bosco verder ontwikkelen in de toekomst. Er gaat een enorme energie uit van de aanpak die in al onze werken ontwikkeld wordt. Dat gebeurt uiteraard ook op veel andere plaatsen, maar ik heb het geluk de wereld van Don Bosco van meer nabij te kunnen volgen, ook al is dat dan van op een zekere afstand, via de sociale media, de verslagen die ik ontvang, videoconferenties, telefoongesprekken en dergelijke.

Wat Don Bosco ons geleerd heeft over assistentie, preventie, afstand en nabijheid, hartelijkheid en redelijkheid, zingeving en geloof in de roeping van iedere jonge mens, familieklimaat … krijgt in de gegeven omstandigheden vaak een heel verrassende en degelijke invulling. Als salesiaan kan ik niet anders dan ontzettend dankbaar zijn voor de creativiteit, de inzet en het onvermoeibaar salesiaans enthousiasme van de opvoeders, leerkrachten, bedienden, jeugdwerkers, ondersteunend personeel en directies. In zoveel kleine en grote dingen zie ik de voorbije weken dat zij de gloed van het vuur van Don Bosco in hun hart dragen en dat ze meer dan ooit gids en tochtgenoot willen zijn voor de jongeren die aan hun goede zorgen worden toevertrouwd.

Als medebroeders staan wij nu - gezien de gemiddelde leeftijd - meer aan de zijlijn, maar de interesse voor jeugd- en jongerenwerk en de aanmoediging voor de mensen die ons werk verderzetten, is nooit afwezig. Ook in ons dagelijks gebed wordt de zorg voor de toekomst van kinderen en jonge mensen vaak uitdrukkelijk ter sprake gebracht. Tevens vragen we telkens Gods zegen over het opvoedend en onderwijzend personeel dat er alles aan doet om de jonge mensen niet los te laten. Zoals Don Bosco het zelf ook zou gedaan hebben, vertrouwen we iedere dag alles toe aan Maria, de Hulp van de Christenen. Voor Don Bosco was zij de verpersoonlijking van de moederlijke zorg van God voor iedere mens, met bijzondere aandacht voor de arme en meest kwetsbare mens.

Als we verder gaan kijken dan de grenzen van Nederland en Vlaanderen zien we in de hele wereld de extra inspanningen die nu geleverd worden door al wie zich door Don Bosco laat inspireren. De dagelijkse update vanuit ons Algemeen Huis in Rome leert ons dat de noden in veel landen ontzettend groot zijn en dat de armste mensen het zwaarst getroffen worden door de pandemie. Wereldwijd verliezen miljoenen mensen hun werk. De armoede is vaak schrijnend. We realiseren ons hier nauwelijks hoeveel mensen honger lijden in landen waar geen enkel sociaal vangnet bestaat. Daarom heeft de congregatie van de salesianen een grootscheepse solidariteitsactie opgezet om de meest dringende noden te lenigen. De ngo VIA Don Bosco heeft zich daarbij aangesloten. Wie er meer over wil weten en eventueel wil steunen, kan hun website raadplegen.

Van harte dank, beste medebroeders, voor alle inspanningen die jullie de afgelopen weken geleverd hebben om alle veiligheidsvoorschriften na te leven. Ik wil jullie aanmoedigen om dit vol te houden. In mijn dank wil ik hier uitdrukkelijk de medebroeders vermelden die, rekening houdend met alle beperkingen die gelden, toch al het mogelijke doen om de band te bewaren met jonge mensen die de verbinding dreigen te verliezen. En uiteraard wil ik mijn dank ook richten tot al onze directies en personeelsleden die met een groot hart het beste van zichzelf geven om jonge mensen door deze coronatijden te loodsen.

Meimaand = Mariamaand = maand van ‘Maria, Hulp van de Christenen’

Jaarlijks wordt in de hele salesiaanse wereld op 24 mei het feest van Maria, Hulp van de Christenen gevierd. De verering van Maria onder die aanspreektitel ontstond in de 16de eeuw. In 1815 (toevallig ook het geboortejaar van Giovanni Bosco) gaf paus Pius VII een nieuwe impuls door het feest van de ‘Hulp van de Kerk en van de christenen’ vast te stellen op 24 mei. In maart 1862 werd de devotie nog versterkt door een verschijning van Onze-Lieve-Vrouw te Fratta bij Spoleto. Mgr. Arnaldi, bisschop van Spoleto, werd een vurige verdediger van de verering van ‘Maria Auxilium Christianorum’. Het verhaal van de gebeurtenissen in Spoleto kreeg nationale weerklank en werd uitvoerig beschreven in de Turijnse krant L’Armonia.

Bij Don Bosco groeide rond die tijd de overtuiging dat de nieuwe kerk die hij wilde bouwen, toegewijd moest worden aan Maria als Hulp van de Christenen. De katholieke Kerk, in crisis door de politieke omwentelingen in Italië, kon deze ‘Hulp’ goed gebruiken. Bovendien wilde hij met de bouw van dit monument zijn dankbaarheid uitdrukken tegenover Onze-Lieve-Vrouw voor alle hulp die hij van haar gekregen had: zij was het die hem vanaf zijn prille jaren door het leven geloodst had; zij was het die het ontstaan en de groei van het jeugdwerk begeleid had; zij was het die mee aan de wieg stond van de ontluikende salesiaanse congregatie.

De bouwwerken gingen van start in 1863 onder de leiding van aannemer Carlo Buzzetti die ooit als jongen opgevangen werd in de Oratoriowerking van Don Bosco. Vijf jaar later, op 9 juni 1868, was het groot feest in Valdocco: de nieuwe kerk werd ingewijd door aartsbisschop Riccardi van Turijn. In de namiddag had Don Bosco voor de vespers drie koren samengebracht met in totaal 450 zangers. Duizenden pelgrims kwamen naar de feestelijkheden die een week duurden. Dit moeten fantastische dagen geweest zijn voor de jongens van het Oratorio en voor de salesianen.

Rond die tijd publiceerde Don Bosco een boekje van zowat 200 bladzijden over Onze-Lieve-Vrouw: De wonderen van de Moeder van God die aanroepen wordt onder de titel van Hulp van de Christenen. Vertrekkende vanuit de Bijbel (Lucas 1; Johannes 2,1-11 enz.) typeerde hij de betekenis van Maria doorheen de geschiedenis. Zonder twijfel mogen we stellen dat Don Bosco door zijn ongelooflijk vertrouwen in Maria en door alles wat hij voor haar ondernam, dé grote promotor geweest is, zelfs wereldwijd, van de verering van Maria als ‘Hulp van de Christenen’.

Het feest werd bij Don Bosco luisterrijk gevierd en uiteraard werd het ook terdege voorbereid. Gedurende negen dagen leefde het hele Oratorio naar 24 mei toe. Ieder jaar gaf Don Bosco aan zijn jongens en medewerkers enige duiding in een avondwoordje op 14 mei om de dag erna met de goede ingesteldheid de noveen te kunnen starten.

In alle salesiaanse middens over de hele wereld wordt 24 mei nog altijd gevierd. In onze gemeenschappen en ook bij mensen thuis wordt vandaag de noveen ingezet. Ook wij zullen gedurende negen dagen bidden voor de intenties van de mensen die op ons gebed rekenen. Deze mooie traditie drukt niet alleen onze trouw uit aan onze stichter Don Bosco, maar ze is vooral een teken van het vertrouwen in Maria, onze Hulp. Laten wij haar steeds in ere houden en zeker in de aanloop naar haar feestdag van 24 mei onze dankbaarheid, onze zorgen, de intenties van onze salesiaanse provincie en de gebedsintenties van vele mensen aan haar toevertrouwen.

Veel groepen die jaarlijks in de meimaand te voet naar Scherpenheuvel of Halle of Oostakker of … trekken, zullen dat dit jaar omwille van de coronamaatregelen niet kunnen. Misschien moeten die mensen zich deze keer beperken tot een bloemetje bij een Mariabeeld of een kaarsje in een Mariakapel of een stil gebed bij haar afbeelding. In elk geval, zo leren we van Don Bosco, is een gebed om haar hulp geen vergeefse moeite. Zij bewees met heel haar leven dat ze goed kan luisteren en dat ze onze noden en vragen diep in haar hart kan bewaren. Zij is de moederfiguur die dicht bij God staat en daar met en voor ons bidt. Ook hier kunnen we Don Bosco citeren: “Wie zijn vertrouwen stelt op Maria, de Hulp van de Christenen, zal nooit ontgoocheld zijn.”

Beschikbaar voor een nieuwe uitdaging

In januari 2020 hielden we een consultatie onder de medebroeders met het oog op de (her)benoeming van de directeurs van onze gemeenschappen. Met de ontvangen gegevens is de provinciale raad aan het werk gegaan en kunnen we nu een aantal wijzigingen bekend maken. Zoals gebruikelijk verhuizen de vermelde medebroeders rond 15 augustus 2020 naar hun nieuwe bestemming.

Uit een gesprek met de verantwoordelijken van Jeugdhulp Don Bosco Vlaanderen leerden we dat de inbreng van de salesianen op beleidsniveau een prioriteit blijft voor beide partijen. We realiseerden ons dat Mark Tips, voorzitter van de sector van de Jeugdhulp, te zeer opgeslorpt werd door een veelheid van opdrachten en daardoor niet voldoende kon investeren in die sector. In de provinciale raad zochten we naar een oplossing waarmee we zijn engagement in de sector van de Jeugdhulp konden versterken. Het is onze beleidsoptie de medebroeders die nog rechtstreeks bij het jeugdwerk betrokken zijn, zoveel mogelijk ruimte te blijven geven om die band niet te verliezen. Daarom hebben we Mark Tips gevraagd directeur te worden in Oostende. Daar zal hij verantwoordelijk zijn voor een kleine gemeenschap met drie jonge medebroeders die eveneens in eigen huis betrokken zijn bij initiatieven van de Jeugdhulp. Vanuit Oostende zal Mark meer tijd kunnen investeren in de sector waarin hij nagenoeg zijn hele leven actief is geweest en die hem nog altijd zeer nauw aan het hart ligt.

Uiteraard wilden we ook een sterke vervanging voorzien voor de salesiaanse gemeenschap van Sint-Denijs-Westrem. Jos Stevens zal er directeur worden en Mark Den Haerynck vicaris. In een soort duobaan zullen ze de zorg voor de medebroeders ter harte nemen en de goede contacten met de werken en de deelgroepen van de Salesiaanse Familie verderzetten. Daarmee beëindigt Jos Stevens na vele jaren zijn engagement in de sector van de Jeugdhulp. Mede namens die sector wil ik hem graag danken voor zijn jarenlange trouwe dienst. Ik wil zeker niet nalaten Jozef Vandendriessche te danken die tot op heden vicaris is van de gemeenschap te Sint-Denijs-Westrem en die plichtsgetrouw en met veel ijver en zorg voor zijn medebroeders deze taak ter harte genomen heeft.

Mijn dank richt ik expliciet tot Mark Tips, Jos Stevens en Mark Den Haerynck voor de wijze waarop ze de voorbije jaren als directeur leiding gegeven hebben in de respectieve gemeenschappen van Sint-Denijs-Westrem, Oostende en Hechtel. Met hun salesiaans charisma hebben zij de ruimte gecreëerd waarin de medebroeders hun roeping konden beleven. Tevens hebben zij door hun inbreng de salesiaanse identiteit ondersteund van de jongerenwerken en de deelgroepen van de Salesiaanse Familie die aan hun gemeenschap verbonden waren.

In Hechtel zal Mark Den Haerynck als directeur van de salesiaanse gemeenschap vervangen worden door Koen Delft die nu reeds in Hechtel woont. Naast de zorg voor zijn medebroeders vinden we het ook hier belangrijk dat Koen zich kan blijven inzetten voor de school en het jongerenwerk. Om dit te kunnen garanderen, zullen de taken die Mark vervulde, verdeeld worden onder meerdere medebroeders. We zijn daarom dankbaar dat we Frans Matthyssen bereid gevonden hebben om na twaalf jaar terug naar Hechtel te verhuizen. De taken van Frans in het DBOC zullen gedeeltelijk verschuiven en hij zal meewerken in de regioraad van de Limburgse Don Boscoscholen.

Er is echter nog een andere reden waarom we Frans gevraagd hebben naar Hechtel te verhuizen. Twee van onze jonge medebroeders die nu zoals Frans behoren tot de gemeenschap van Heverlee zullen in Hechtel hun stagejaren doorbrengen. De twee jonge medebroeders die hun praktijkjaren zullen doorlopen in Hechtel, hebben het afgelopen jaar de Nederlandse taal geleerd en zijn er nu klaar voor om ingeschakeld te worden in het jongerenwerk van onze provincie. Nilesh Dodiyar zal voornamelijk aansluiten bij de eerste graad van de school, met Koen Delft als mentor. Fred Wamare zal zich in de tweede graad engageren en daarin begeleid worden door Dieter Verpoest.

De derde jonge medebroeder Lawrence Okoli die in Heverlee is om de Nederlandse taal te leren, zal voor zijn praktijkervaring naar Groot-Bijgaarden verhuizen. Voor hem zal een gevarieerd takenpakket samengesteld worden op basis van de brede waaier van initiatieven die aan onze gemeenschap van Bijgaarden verbonden zijn: de Savioparochie, de jeugdbewegingen, de salesiaanse scholen, Bartimeus, de Salesiaanse Familie … Hij zal ter plaatse begeleid worden door Koen Timmermans.

Ik kan dit hoofdstukje onmogelijk afsluiten zonder alle medebroeders te danken die op een of andere wijze bijdragen tot de realisatie van het pastoraal-pedagogisch project van onze provincie, met een bijzondere attentie voor hen die bereid gevonden werden een nieuwe uitdaging op te nemen. We wensen hun Gods zegen toe over alles wat zij ondernemen om in hun nieuwe thuis hun roeping waar te maken.

Onze zieke medemens biddend nabij

Uiteraard zijn we allemaal blij met de dalende cijfers van ziekenhuisopnames en overlijdens in de coronacrisis. Laten we hopen dat de versoepeling van de veiligheidsmaatregelen geen nieuwe opflakkering teweegbrengt. Van de medebroeders in onze provincie Vlaanderen/Nederland is godzijdank niemand besmet geraakt met het coronavirus, ook niet in de Woon- en Zorgcentra waar een aantal van onze medebroeders verblijven. In onze directe omgeving en in onze werken werden wel hier en daar mensen gesignaleerd die een besmetting opgelopen hebben, maar de meesten hebben zich daar kranig doorheen geslagen.

Bij een paar mensen moeten we hier wel andere gezondheidsproblemen vermelden. Vooreerst hebben we ons grote zorgen gemaakt over Jaak Swinnen, missionaris in Congo. Zoals reeds gemeld in de vorige rondzendbrief werd Jaak overgebracht naar Vlaanderen voor medische verzorging. Na amputatie van zijn rechterbeen is hij de voorbije weken enkele keren over en weer gegaan tussen het ziekenhuis in Bonheiden en het revalidatiecentrum in Edegem. Hij was bijzonder gelukkig toen hij vorige dinsdag zijn intrek mocht nemen in de gemeenschap van Boortmeerbeek waar hij nu met de beste zorgen omringd zal worden.

Met spijt moeten we hier ook vermelden dat de hoofdboekhouder van de vzw Don Bosco Centrale, Johan Bourdeaud’hui, ongeneeslijk ziek is. Johan zou in augustus van dit jaar met pensioen gaan en de komende maanden alles doorgeven. We wensen dat hij voldoende levenskwaliteit mag behouden, strijdlustig mag blijven en nog een intense tijd mag hebben met zijn meest dierbaren.

In ons gebed dat deze maand speciaal tot Maria, Hulp van de Christenen kan gericht zijn, leven we mee met onze zieken. We verzekeren hen dat we ons intens verbonden weten met hen. Tevens danken we alle medebroeders en alle verzorgenden die de zieken dag na dag bijstaan.

Geborgen in Gods eeuwige liefde

Op 17 april 2020 overleed te Oostkamp op 88-jarige leeftijd Hubert Carrette, oudste broer van onze medebroeder Norbert.

Op zondag 26 april 2020 werd het coronavirus fataal voor Maurice Loos, de 74-jarige schoonbroer van onze medebroeder Jos Stevens. Hij is overleden in het ziekenhuis van Heusden-Zolder waar hij twee weken beademd werd en al die tijd in coma bleef.

“Gij die liefde zijt, diep als de zee, flitsend als weerlicht, sterker dan de dood, laat niet verloren gaan één mensenkind.” Met dit citaat van Huub Oosterhuis begint het overlijdensbericht van Ignaas Delft, de vader van onze medebroeders Koen en Luk. Hij is thuis overleden in Gullegem op 24 april 2020. Ignaas was oud-leerling van Don Bosco Doornik, waar hij het beroep van kleermaker geleerd heeft (de kazuifels in Oud-Heverlee zijn van zijn hand). Koen en Luk typeren hem als een man van weinig woorden (maar als hij sprak, luisterde iedereen) die zich zijn hele leven trouw ingezet heeft voor zijn gezin; als een harde werker ook, in de winter achter zijn naaimachine, in de zomer in zijn tuin, maar ook in de parochie en het parochieteam.

Met het overlijden van Marcel Boudrez op 25 april 2020 hebben we nog een medebroeder die voor ons ten beste zal spreken in de hemel. Marcel werd geboren te Roeselare in 1927. Naast zijn tweelingsbroer Michel had hij nog twee andere broers. Tijdens de oorlogsjaren was hij leerling in Don Bosco Kortrijk. Het voorbeeld van de salesianen deed hem besluiten zelf ook salesiaan te worden. Na de eerste drie jaar van zijn opleiding werd hij naar Leuven gestuurd om filosofie te studeren en weldra stond hij als filosofieleraar voor zijn jonge medebroeders in Farnières. Na zijn theologiestudies in Turijn mocht hij in Groot-Bijgaarden opnieuw lesgeven aan zijn jongere collega’s. Daarna was Marcel gedurende 30 jaar actief in de parochiepastoraal, eerst even in Canada, dan in Groot-Bijgaarden en Sint-Ulriks-Kapelle en ten slotte in de St.-Trudoparochie te Helchteren. Daar was hij een grote promotor van de Gezins- en Gemeenschapscatechese, een project van onze Nederlandse medebroeder Wim Saris. Toen Marcel een dagje ouder werd, maakte hij zich nog 20 jaar dienstbaar in en vanuit ons huis van Oostende. De laatste jaren was hij in de gemeenschap van St.-Denijs-Westrem. Zijn levensenergie ebde stilaan weg en zijn verlangen om te mogen overgaan naar de heilige plaats waar hij God en Maria Hulp en Don Bosco en al zijn dierbaren zou ontmoeten, werd des te groter. Daar mag hij nu rusten voor altijd.

Op 5 mei 2020 is een broer van onze medebroeder Jos Bouckaert gestorven. Hubert werd 91.

In het geloof dat al onze dierbare overledenen mogen delen in de Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus vertrouwen wij hen toe aan Gods liefdevolle barmhartigheid. Van daaruit zullen zij op een andere maar toch heel intense manier met ons verbonden blijven.

Enkele andere berichten

We planden een ‘Dag van de coadjuteur’ op maandag 8 juni 2020 om de roeping van onze medebroeders-coadjuteur onder de aandacht te brengen en deze medebroeders eens extra in de bloemetjes te zetten. Door de gekende omstandigheden wordt deze dag geannuleerd. Misschien kan hij toch nog plaatsvinden in de toekomst. De goede gewoonte die in onze Nederlandse gemeenschappen bestaat om ieder jaar op 19 maart, feest van Sint Jozef, de coadjuteurs te vieren, willen we vanaf volgend jaar alleszins ook in onze gemeenschappen in Vlaanderen introduceren.

De retraites die we dit jaar gepland hadden in enkele abdijen en in een paar van onze gemeenschappen konden/kunnen evenmin plaatsvinden. Om toch een vorm van jaarlijkse retraite te hebben, zijn in verscheidene gemeenschappen diverse initiatieven ontwikkeld, gaande van een stille Goede Week tot het geregeld organiseren van een extra halve bezinningsdag. Er is nu voor velen meer tijd om te lezen en te mediteren, en wie wat surft op internet (bv. op Kerknet), vindt heel wat degelijk materiaal om tot bezinning en verdieping te komen. Er staat nog een retraite in Turijn-Mornese op de planning, maar het vermoeden groeit dat ook die bewuste week in augustus 2020 zal moeten verschoven worden naar een volgend jaar.

Tot slot nog dit: in de reeks ‘Akten van de Algemene Raad’ is om een of andere reden het nr. 430 van april 2019 niet tot bij de medebroeders geraakt. Het werd onlangs vertaald en zal binnenkort bezorgd worden. De brief van de Algemeen Overste was gewijd aan het 150-jarig bestaan van de ADMA, de vereniging van Maria Hulp van de Christenen die in 1869 door Don Bosco gesticht werd.

Aan iedereen een intense voorbereiding en een mooi feest van Maria Hulp van de Christenen.

Wilfried Wambeke, sdb • Salesianen van Don Bosco, Provincialaat salesianen • geplaatst op 14 mei 2020