Brief van de provinciaal 2019-2020/12

Onze provinciaal, Wilfried Wambeke, brengt mededelingen uit de provincie.

Toen de jongste zoon in het gezin Bosco geboren werd op 16 augustus 1815, kreeg hij bij zijn doopsel de naam Giovanni. Deze naam ging terug op Johannes Evangelist (schrijver van het vierde evangelie) die gevierd wordt op 27 december. In die tijd kreeg iemands naamfeest meer aandacht dan de verjaardag en dus werd Giovanni jaarlijks gevierd op deze feestdag van zijn patroonheilige.

Dit zou in de loop van zijn leven echter een wending nemen. In Turijn waren er ieder jaar grote feestelijkheden op 24 juni, het feest van de heilige Johannes de Doper. Deze andere Johannes was de patroonheilige van de stad en van het bisdom Turijn. De straatjongens die door Don Bosco opgevangen werden, wisten natuurlijk wel dat Bosco’s voornaam ‘Giovanni’ of ‘Johannes’ was. Of het nu om Johannes de Doper of Johannes Evangelist ging, dat was voor hen om het even. Ze dachten gewoon: heel de stad is in feest en wij willen in die sfeer ook graag ‘onze’ Giovanni Bosco vieren! Don Bosco vond het best sympathiek dat de jongens hem in de bloemetjes wilden zetten en liet maar begaan.

Het werd dan ook al gauw een jaarlijkse traditie Don Bosco te vieren op het feest van de heilige Johannes de Doper. Weken op voorhand waren de jongens stiekem in de weer om Don Bosco te verrassen op zijn naamfeest en daarmee hun waardering uit te drukken voor alles wat hij voor hen deed. Zo groeide 24 juni uit tot een soort ‘familiedag’ waarop de jongens en later ook de salesianen, de medewerkers en de oud-leerlingen hun held vierden.

Na de dood van Don Bosco werd de traditie verdergezet. Zijn opvolger don Rua werd (hoewel zijn voornaam Michele was) op diezelfde 24 juni gevierd en het is een goede gewoonte gebleven: ook nu nog wordt de Algemeen Overste van de salesianen gevierd op het feest van Johannes de Doper.

150 jaar oud-leerlingen van Don Bosco

Vanaf het prille begin onderhield Don Bosco contacten met zijn oud-leerlingen. Hij ontving hen altijd met veel vreugde in het Oratorio, hij schreef brieven om hen aan te moedigen en hij bracht ze samen bij bepaalde gelegenheden. Een oud-leerling van het eerste uur die zeer gehecht was aan Don Bosco, was Carlo Gastini. Van 1847 tot 1856 verbleef hij in het Oratorio dat hij als zijn tweede familie beschouwde.

Geregeld kwamen oud-leerlingen langs bij Don Bosco, maar het was deze Carlo Gastini die er wat meer structuur aan gaf: op 24 juni 1870 bracht hij een groep oud-leerlingen samen om Don Bosco te feliciteren met zijn naamfeest. Ze kwamen allemaal graag terug naar de plaats waar ze opgroeiden. Om hun dankbaarheid jegens Don Bosco uit te drukken, schonken ze hem een mooi koffieservies. Op die dag sprak Don Bosco hen voor het eerst toe als ‘oud-leerlingen’. Hij maakte trouwens graag gebruik van die gelegenheid om hen te herinneren aan het doel waartoe hij hen opgevoed had: goede christenen en eerlijke burgers te zijn op de plaats waar ze leefden.

Andere oud-leerlingen hoorden hiervan en wilden er het jaar daarop ook bij zijn. Er werd daarom een comité opgericht dat alles in goede banen zou leiden. In 1875 nam Gastini het initiatief om een muziekgroep samen te stellen. Op 24 juni gaven ze hun eerste concert ter ere van Don Bosco. In 1878 besloten de oud-leerlingen een sociale kas op te richten die jonge oud-leerlingen te hulp moest komen in geval van ziekte of andere tegenslagen.

Dat eerste bescheiden groepje van 1870 zou uitgroeien tot een brede wereldwijde beweging. Er ontstonden groepen in andere Italiaanse steden, in Frankrijk, Spanje en Argentinië. De eerste Belgische groep oud-leerlingen van Don Bosco kwam er in 1899 in Luik. Vijf jaar later gaven ze een tijdschrift uit: L’ami des Anciens. Het was de tijd dat in de Kerk allerlei initiatieven en verenigingen het levenslicht zagen, gestimuleerd door de sociale leer van de Kerk, beschreven in de encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII in 1891.

In de aanvangsfase ging het om lokale initiatieven. Doorheen de tijd voelde men steeds sterker de nood aan een meer gecoördineerde beweging met regionale, nationale en internationale structuren. Het was don Rinaldi die in 1906 in overleg met toenmalig Algemeen Overste don Rua leden van verscheidene lokale groepen samenbracht om twee jaar later de idee te realiseren van een ‘federatie’ die alle groepen van de hele wereld met elkaar moest verbinden. In 1909 werden de statuten uitgewerkt voor een internationale federatie van de oud-leerlingen. Het eerste internationaal congres was voorzien in juli 1910. Het zou samenvallen met de 50ste verjaardag van de priesterwijding van don Rua. Hij overleed echter op 6 april 1910 en het congres werd uitgesteld tot september 1911. Met zowat duizend deelnemers uit 25 verschillende landen werd dit eerste congres een mijlpaal in het 150-jarig bestaan van de oud-leerlingen van Don Bosco.

Dat de oud-leerlingen van Don Bosco hun 150-jarig bestaan kunnen vieren, heeft alles te maken met de persoonlijkheid en de opvoedingsmethode van Don Bosco en met het familiale klimaat dat zo typerend is voor de werken van Don Bosco. Onze stichter schreef zelf dat zijn methode veel verder reikte dan de duur van de opvoeding omdat ze het hele verdere leven van de jongeren een eigen kleur gaf. Veel getuigenissen van oud-leerlingen tonen aan dat ze later in het publieke debat, in de zakenwereld, in het verenigingsleven enz. hun ‘salesiaanse’ achtergrond vertaalden naar hun engagement in maatschappij en Kerk.

In onze provincie ligt de klemtoon weer heel sterk op de lokale initiatieven. Een aantal plaatselijke besturen leveren goed werk om contact te houden met de oud-leerlingen en hen te inspireren via tijdschriften en websites en door het organiseren van jaarbijeenkomsten of dergelijke. Talloze oud-leerlingen kijken met dankbaarheid terug op de tijd dat ze in een Don Boscohuis opgroeiden, zich thuis mochten voelen in een familiale sfeer, verantwoordelijkheid leerden opnemen en in een christelijke context waarden meekregen voor het leven. Wij van onze kant zijn eveneens dankbaar voor al die oud-leerlingen die in hun leven, in hun gezin, op het werk of waar ook die waarden beleven en doorgeven. Zo had Don Bosco het zelf gewild: dat zijn jongeren later een verlengstuk en een verderzetting zouden zijn van zijn zending in Kerk en maatschappij. Ook onze oud-personeelsleden mogen in dit verhaal niet ontbreken: zij hebben het beste van zichzelf gegeven om het project van Don Bosco te vertalen naar jonge mensen van nu. De viering van 150 jaar zal zeker geen eindpunt zijn, maar een bevestiging van een project waar we allen in geloven.

Tot slot wil ik nog dit meegeven: vorige week heeft onze Algemeen Overste zijn nieuwe gedelegeerden aangeduid voor de deelgroepen van de Salesiaanse Familie. Bij de oud-leerlingen zal de Algemeen Overste vertegenwoordigd worden door de Vietnamese medebroeder Duc (Domenico) Nam Nguyen. Deze nieuwe gedelegeerde op wereldniveau is een salesiaan-coadjuteur: een enigszins verrassende keuze want tot hiertoe was de wereldgedelegeerde bij mijn weten altijd een salesiaan-priester. Hoewel ik deze medebroeder niet ken, vind ik het persoonlijk een sterk signaal dat een salesiaan-coadjuteur deze verantwoordelijkheid toevertrouwd krijgt. Het getuigt van de grote waarde van de broederroeping: zowel de coadjuteur als de priester zijn religieuzen die het salesiaans charisma delen en elkaar aanvullen in het beleven van hun salesiaanse roeping.

Dat hij ook wereldgedelegeerde wordt voor de Medewerkers van Don Bosco is eveneens veelzeggend. Zowel de oud-leerlingen als de Medewerkers werden door Don Bosco zelf wel eens aangesproken als ‘salesianen’. Hij bedoelde dit niet in de zin van religieuzen, behorend tot de congregatie, maar in de zin van ‘salesiaans geïnspireerde’ leden van de brede beweging van mensen die, ieder met hun eigen specificiteit, de zending van Don Bosco mee realiseren. In de benoeming van Duc Nam Nguyen zie ik alleszins een oproep om beide groepen van de Salesiaanse Familie beter op elkaar af te stemmen. Dit punt mag zeker op de agenda komen van de ‘Animatiegroep van de Salesiaanse Familie’ in onze provincie.

Toekomst voor de salesianen in Hechtel

Wie het reilen en zeilen van de salesianen volgt, weet dat het aantal medebroeders in onze provincie Vlaanderen-Nederland in dalende lijn gaat. Er is slechts een beperkte instroom van nieuwe medebroeders en we verwachten niet dat dit op korte termijn zal veranderen. Voor het uitstippelen van een toekomstgericht beleid in de provinciale raad is dit een grote zorg.

De afgelopen jaren hebben we in onze provincie heel wat gemeenschappen van salesianen gesloten. De meest recente sluitingen waren: Haacht, Helchteren, Soest, Vremde, Halle en Kortrijk. We weten hoe pijnlijk dit is voor velen: niet alleen voor de salesianen zelf die op die plaatsen gewoond en gewerkt hebben, maar ook voor de vele mensen die er met ons samengewerkt hebben en voor de hele omgeving. Telkens ervaren we de pijn van het moeten loslaten, en gelukkig ook de geruststellende zekerheid dat het salesiaans werk daarmee niet ophoudt te bestaan. Veel salesiaans geëngageerde mensen, jong en oud, zien het als hun roeping, hun missie om het project van Don Bosco op die plaats niet verloren te laten gaan.

In ons beleid moeten we nu keuzes maken die bepalend zijn voor de toekomstige aanwezigheid van de salesianen in Nederland en Vlaanderen. Voor Nederland is die keuze reeds gemaakt. We opteren voor het behoud op lange termijn van de twee bestaande gemeenschappen Amsterdam en Assel. Op deze plaatsen voorzien we woongelegenheid voor 4 à 5 medebroeders. Voor Vlaanderen moeten nog belangrijke beslissingen genomen worden. In mijn brief van 15 april 2020 hebt u kunnen lezen dat we gekozen hebben voor het verder uitbouwen van twee sterke polen: Oud-Heverlee aan de oostkant van Brussel en Groot-Bijgaarden aan de westkant. We gaan er nu van uit dat we de 6 andere gemeenschappen in Vlaanderen zo lang mogelijk zullen behouden, eventueel in een gewijzigde vorm.

De afgelopen maanden hebben we ons gebogen over de toekomst van de salesiaanse gemeenschap in Hechtel. Aanleiding was een vraag van het DBOC naar uitbreiding van de school. Enerzijds is er nood aan nieuwe een aangepaste ruimtes (wat door nieuwbouw kan opgevangen worden) en anderzijds zal er een groeiende leegstand zijn in het gebouw waar de salesianen nu wonen. Dit stelde ons voor een dilemma: nu kiezen om te bouwen en over enkele jaren een oud en deels leegstaand gebouw overhouden, wetende dat de school dan geen subsidies meer zal hebben om dit oud gebouw te verbouwen, of het bestaande gebouw afbreken en op die plaats een nieuwbouw realiseren die voor de school voldoet aan de noden van deze tijd.

Na veel wikken en wegen en prognoses maken, hebben we aan het DBOC meegedeeld dat de tweede optie de meest logische is en dat we toch een, zij het kleinere, gemeenschap van salesianen behouden in Hechtel. We gaan uit van 4 à 6 medebroeders die zullen wonen in het gedeelte waar de oratoriogemeenschap zijn woonkamers en lokalen had. Voor wie het zich kan voorstellen: het gebouw langs de Don Boscostraat zal vanaf de sporthal tot aan de middentrap afgebroken worden, terwijl het andere gedeelte van dit gebouw behouden blijft en aangepast wordt. Volgens de timing voorzien we dat de werken over drie jaar zullen starten. Dit geeft ons de tijd om met de medebroeders die niet in Hechtel zullen blijven, het gesprek aan te gaan en een goede oplossing te zoeken.

Bij de keuze voor het behoud van een kleine gemeenschap in Hechtel heeft de historische waarde van dit huis meegespeeld. Hechtel was het eerste Don Boscohuis in Vlaanderen. In 2021 zal het 125 jaar geleden zijn dat de eerste salesianen daar aankwamen (1896). Ook de geografische spreiding van onze gemeenschappen heeft een rol gespeeld bij de beslissing. Ooit hadden we drie gemeenschappen in Limburg: Hechtel, Helchteren en Genk. Daarvan is Hechtel nu nog de enige.

Er is ten slotte nog een ander argument dat zeer bepalend geweest is om in Hechtel te blijven: we willen een diversiteit behouden van plaatsen en sectoren waarin we de jonge medebroeders kunnen inzetten. Op dit ogenblik is Hechtel de enige Don Boscoschool waar nog salesianen actief zijn. Die mogelijkheid willen we in de toekomst openhouden voor de jonge salesianen.

Onze zieke medemens biddend nabij

Met dankbaarheid mag ik herhalen wat ik in mijn twee vorige brieven schreef: in onze provincie Vlaanderen/Nederland werden geen medebroeders besmet met het coronavirus. Jammer genoeg werden wel enkele medebroeders getroffen door een overlijden in hun familie als gevolg van Covid-19. Nu de cijfers van nieuwe besmettingen en overlijdens blijven dalen, zowel in Nederland als in België, mogen we ons verheugen dat het gewone leven stilaan weer op gang komt, hoewel het nooit meer hetzelfde zal zijn als voorheen.

Voorzichtigheid blijft geboden, want het virus is niet weg, maar we kunnen ons opnieuw wat meer bewegingsvrijheid veroorloven. In onze gemeenschappen met veel oudere medebroeders blijft veiligheid een absolute prioriteit. Het versoepelen van de richtlijnen mag geen valse zekerheden geven, maar het heeft ook zijn positieve kanten: we kunnen opnieuw, weliswaar nog altijd onder strikte voorwaarden, onze medebroeders in de Woon- en Zorgcentra een bezoekje brengen.

Nu het aantal coronapatiënten in onze ziekenhuizen sterk gedaald is, worden de gewone consultaties en ingrepen hervat. Vorige week onderging Stan Provoost (Oostende) een rugoperatie en Guido Tielemans (Wilrijk) zal morgen een nieuwe heup krijgen. Ook Guido Icket (Oud-Heverlee) is nog steeds in behandeling. We wensen hun een voorspoedig herstel.

Albert Debakkere (Hechtel) werd op 9 mei 2020 met spoed opgenomen in het ziekenhuis van Heusden-Zolder. Albert is erg verzwakt en heeft intense verzorging nodig.

Wilfried Meert (Oud-Heverlee) heeft opnieuw een reeks chemospoelingen achter de rug. Laten we hopen en bidden dat hij bij de controle van begin augustus 2020 goed nieuws krijgt.

Jaak Swinnen werd na de amputatie van zijn rechterbeen ontslagen uit het Imeldaziekenhuis te Bonheiden op 12 mei 2020. Na een periode van pijn en eenzaamheid is Jaak heel blij dat hij nu in de gemeenschap van Boortmeerbeek kan verblijven. Bijkomende moeilijkheid is dat Jaak in Afrika besmet raakte met een resistente ziekenhuisbacterie. Dit vraagt speciale voorzorgsmaatregelen.

We weten ons betrokken bij onze zieke medebroeders en verzekeren hen dat we dagelijks voor hen bidden.

Thuis gekomen in het huis van de hemelse Vader

Op 8 mei 2020 is in Helchteren Madeleine Hermans (87) overleden. Zij was de echtgenote van Mathieu Kerkhofs (+2016) en de schoonzus van onze medebroeder Adrien Kerkhofs.

Herman Meert, broer van onze medebroeders Eric en Wilfried, overleed op 16 mei 2020 op 67-jarige leeftijd te Sint-Pieters-Leeuw.

Op 25 mei 2020 is Juliana Verhaeghe, de oudste zus van onze medebroeder Paul, gestorven in Gullegem op de leeftijd van 83 jaar.

In Delft is op 27 mei 2020 Johanna Hendrika Middendorp-Koot overleden. Deze zus van onze medebroeder Henny Koot werd 86.

Eveneens op 27 mei 2020 overleed in Hasselt Mia Truyen. Ze was een schoonzus van onze overleden medebroeder-missionaris Michel Vanheusden.

Wijnand Borst (Assel), liet weten dat zijn broer Jan einde mei 2020 overleden is. Hij was 81.

Andere mededelingen

Cirilo de Deus werd in Rome aangesteld tot lector op zondag 17 mei 2020. Hij is momenteel de eindexamens van het eerste jaar theologie aan het afwerken. Als hij daarna naar onze provincie komt tijdens de zomermaanden, zal hij in de gemeenschap van Oostende verblijven en helpen bij de activiteiten van Jeugdhuis De Takel.

Wim Collin komt vandaag terug naar Vlaanderen. Hij zal eerst even in Groot-Bijgaarden verblijven en zijn familie bezoeken. Daarna gaat Wim tijdens de zomervakantie naar Assel. Zijn voornaamste bezigheid zal de voorbereiding zijn van een aantal nieuwe vakken voor volgend academiejaar aan de UPS. Daarnaast zal hij een welkome ondersteuning bieden voor de gemeenschap en een goed klankbord zijn voor Dominiek Deraeve die nieuwe initiatieven ontwikkelt voor jongeren.

Voor het begin van de lockdown vertrok Simon Nongrum naar Indië. Pedro Ayala reisde naar Mexico. Ze zitten daar nu geblokkeerd. We hopen hen spoedig opnieuw te mogen verwelkomen.

Omwille van de coronamaatregelen is beslist de Missionarissendag te annuleren die gepland was op zaterdag 18 juli 2020. Door de wereldwijde Covidpandemie zullen dit jaar trouwens zeer weinig missionarissen op vakantie komen. Hopelijk kunnen we hen een jaar later wel weer zonder probleem verwelkomen. De missionarissendag zal dan plaatsvinden op zaterdag 31 juli 2021.

Het werkjaar loopt naar zijn einde. Er is weer ontzettend veel gebeurd in onze huizen en werken. Zeker de laatste maanden werden grote inspanningen geleverd in moeilijke en onuitgegeven omstandigheden, met voortdurend evoluerende veiligheidsmaatregelen. Voor velen zal de vakantie zeer welkom zijn. Voor anderen zal het werk gewoon doorlopen. Weer anderen zullen zich met hart en ziel engageren in allerlei vormen van vakantiewerking en vrijwilligerswerk. Alleszins wensen we iedereen enkele rustgevende en deugddoende maanden toe.

PS: in de maand juli zal er geen rondzendbrief verschijnen. We zijn er weer vanaf 15 augustus 2020.

Wilfried Wambeke, sdb • Salesianen van Don Bosco, Provincialaat salesianen • geplaatst op 15 juni 2020