Koen Delft blikt terug op 9 jaar Don Bosco Gent als internaatsbeheerder

Na jaren lesgeven en internaatswerk in Don Bosco Hechtel, werd ik in 2010 internaatsbeheerder van Don Bosco Gent. Als salesiaan werd ik er verantwoordelijk voor een 80-tal internen. Dit jaar kreeg ik opnieuw een benoeming in Hechtel, een ideaal moment om terug te blikken op mijn internaatservaringen.

Als verantwoordelijke van het internaat wilde ik — samen met het team — op weg gaan met jongeren. Als internaat wil je hen op de eerste plaats helpen bij hun schoolse opdracht. Ik wilde hierbij een stuk het leven delen met jongeren. Maar ik merkte dat ik daardoor in een tussensituatie terechtkwam: enerzijds de jongere en anderzijds de school, de ouders of een complexere thuissituatie, de vriendengroep ... En dan ervoer ik dat jongeren nood hebben aan een plaats, aan een persoon waar men zich goed voelt om het leven te delen ...

Jongeren én ouders ondersteunen

Zo merkte ik dat in sommige gezinnen, door de drukte of andere situaties, ouder(s) en jongeren uit elkaar groeien. De spanningen groeien er en contacten tussen jongere en ouder(s) ontaarden in onbegrip en conflict. Ik merkte dat dan een internaat rust kan brengen. De jongere krijgt er een plaats buiten de spanning zodat hij niet langer het gevoel heeft dat alles verboden is, de ouder(s) moeten niet alles meer eisen. In de weekdagen is er rust, een rust die doorwerkt in de vakanties en weekends: het is niet langer nodig om met elkaar te strijden.

Door de wisselende gezinssituaties komen nogal wat moeders als vrouw alleen te staan met een of meerdere pubers. En dan is de opvoeding geen evidentie. In zo’n situatie kan een internaat ondersteunend zijn.

Veel jongeren beperken hun ontspanning tot het gamen. En veel ouders hebben hierbij een gevoel van machteloosheid. Door dit enerzijds wel te gunnen, maar anderzijds ook alternatieven aan te bieden, en vooral door dit te structureren, kan een internaat een aanvulling zijn op de opvoeding van de ouders.

Ook met velerlei problematieken van leer- en gedragsstoornissen kan de begeleiding op het internaat een aanvulling zijn. Hierbij is de geboden structuur waardevol. Maar hier bots je als internaat al snel op de grenzen van je mogelijkheden, en dat door de toch wel beperkte omkadering. De structuur bieden voor hulp, dat lukt wel, maar met één opvoeder per leefgroep voel je je wel eens machteloos. De wil is er, maar zelf de hulp bieden lukt soms niet voldoende.

Ik merkte ook dat jonge mensen er deugd aan beleven dat ze een plaats hebben waar ze zich goed voelen met leeftijdsgenoten en waar een begeleider hun nabij is. Een volwassene die hun vertrouwensvol nabij is, een volwassene die hun ook structuur biedt.

Internaat gebouwd door salesiaanse architect

Het is voor mij duidelijk geworden hoe een internaat echt een plaats kan zijn van salesianiteit. Er is de hartelijkheid in het samenleven van jongeren ondereen, in het ‘samen op weg gaan’ met de opvoeders. Er is de redelijkheid van de structuur die geboden wordt. Er is het geloof in de jongere. Het is ook een plaats om te getuigen van je eigen geloof. Als ik vanaf begin september deel mag uitmaken van de oratoriogemeenschap in Hechtel, zie ik hoe sterk Don Bosco’s oratoriumcriteria aanwezig zijn in de internaatswerking:

  • het beiden van een thuis waar jongeren zich goed mogen voelen, 
  • een school met zoveel kansen tot leren, een leren dat verder gaat dan het schoolse,
  • een parochie mogen zijn, een plaats waar jongeren mogen nadenken over wat echt belangrijk is in het leven, waarbij zij het voorbeeld van Don Bosco mogen ontmoeten.
  • een speelplaats als een plaats van zinvolle ontspanning, het besef dat ontspanning samen met jongeren zoveel pedagogische kansen biedt.

Don Bosco vandaag... het kan zeker in een internaat. Een internaat omwille van de jongeren.

Bron: Don Bosco Vlaanderen 2018/6, p. 14-15

Koen Delft, sdb • Internaten, • geplaatst op 03 december 2018

SALESIANEN , LEERLINGEN , ROEPING