Kroniek van een winters examentoezicht

Tine Kockaerts was één van de toezichthouders bij de examens op Don Bosco Haacht. Lees hier hoe ze dat heeft beleefd. 

Het is weer die tijd van het jaar. Ingepakt in dikke winterjassen, sjaal, muts, handschoenen en afgetopt met een fietshelm en/of gilet jaune (puur voor de zichtbaarheid), trotseren leerkrachten en leerlingen weer en wind om hun kennis te etaleren tijdens de eerste examenreeks van het schooljaar. Elk heeft zo z’n eigen besognes. De tweedejaar vraagt zich af: “Waarom mag ik niet gewoon naar huis als ik klaar ben met mijn examen? Ik ben toch oud en wijs genoeg? Het zou bovendien goed zijn voor de omzet van de Smulbeer.”De eerstejaars aarzelt: “Zal ik met 10 fluostiften, 5 balpennen en 3 blancorollers wel toekomen voor dit examen?” De leerkracht wanhoopt: “Hoe ga ik dit eindeloze toezicht nu weer overleven?”

Hoewel sommigen nog wachten op hun groeispurt, zijn ze op vier maanden tijd toch al een pak volwassener geworden.

Vandaag leggen de leerlingen van het eerste jaar hun examen Frans af, de tweedejaars hun examen wiskunde. De tweedejaars mogen er om 9 uur al aan beginnen: meetkunde. Door een speling van het lot blijkt dan plots dat geodriehoeken massaal ontsnapt zijn uit boekentassen en dat talloze passerpunten beslist hebben om precies vandaag de geest te geven. O fortuna!

De eerstejaars moeten twee uur studie uitzitten alvorens ze aan hun examen Frans mogen beginnen. Sommigen gebruiken deze tijd om het studiewerk te verzetten dat ze gisteren lieten liggen. Anderen zijn zeer goed voorbereid, maar vrezen tijdens de komende twee uur al hun opgeslagen kennis te verliezen. Ze zitten met hun handen tegen hun slapen en met wijd opengesperde ogen naar de klok te staren. Alsof ze proberen te vermijden dat de vervoeging van les verbes en –eren l’adjectifs masculins et féminins langs hun oren zouden ontsnappen en hopend dat ze de klok door wishful thinking sneller kunnen doen tikken. Een derde groep bouwt Jenga-gewijs een fort van potloden op zijn bank en probeert dit vol trots recht te houden. Een laatste categorie kleurt tergend traag en vakje per vakje zijn kladblad met ruitjes in. Een mozaïek van verveling. Het wordt bijna poëtisch. Gelukkig hadden ze zo veel fluostiften mee.

Een mens zou voor minder in gedachten verzinken. Als een film speelt het afgelopen trimester zich voor mijn ogen af. Ik denk terug aan de eerste schooldag, toen ik 23 jonge kinderen voor het eerst mocht verwelkomen in hun nieuwe klas. Hoewel sommigen, wanneer ze aan hun bank zitten, nog steeds met hun voeten de grond niet raken, zijn ze op vier maanden tijd toch al een pak volwassener geworden. De tweedejaars waanden zich op de eerste schooldag de koning te rijk omdat ze nu plots ‘de oudsten’ zijn op school. Dat feestje zal helaas maar één jaar duren.

Hij kleurde tergend traag en vakje per vakje zijn kladblad met ruitjes. Een mozaïek van verveling. Het wordt bijna poëtisch.

Maar voor een traktatie van de Sint voelden ze zich geen van allen te oud. “Wij zijn toch ook braaf geweest, mevrouw!”, zei een jongen aan wie ik de week ervoor nog een achtste lesuur gaf omdat hij een onschuldige klasgenoot en de omliggende vierkante meters klasvloer helemaal wit had geklopt met twee bordenwissers. Ik hoop dat de Sint een dubbele traktatie bij had voor het onderhoudspersoneel.

De hoogtepunten van de afgelopen weken waren ongetwijfeld de welzijnsacties. We mogen dan wel klagen dat de jeugd van tegenwoordig geen Nederlandse – laat staan een Franse – zin meer kan schrijven zonder fouten, ze heeft wel het hart op de juiste plaats. Gedurende vier middagen werd de middenschool omgetoverd tot een kermisfuif voor het goede doel. Je kon er karaoke zingen, dansen, plaatjes aanvragen, een blotevoetenpad belopen, met natte sponzen gooien naar leerkrachten, behendigheidsspelletjes spelen, deelnemen aan een tombola en nog veel meer. Wie even moe gespeeld was, kon een nieuwe portie energie kopen aan een dessert-, chocomelk- of mocktailstandje. Het was heerlijk om je tussen de massa te begeven, even stil te blijven staan en te zien hoe leerkrachten en leerlingen zich samen amuseerden. Don Bosco zou ontroerd zijn! Met een lichte tinnitus en een overdosis suiker in het bloed, maar vooral een héél warm gevoel hervatten we daarna telkens de lessen. ‘t es nog al nie naar de wuppe.

De opbrengst van de welzijnsacties gaat dit jaar naar de vzw Wigwam in Kessel-Lo: een kinderdagverblijf dat zich richt op kansarme gezinnen, en waar ook de ouders welkom zijn voor hulp bij allerlei praktische dingen of gewoon voor een goede babbel.

En zo zijn er toch weer enkele minuten verstreken. Stand van zaken: de tweedejaars spiegelen en verschuiven alsof hun leven ervan afhangt, één potloodfort stortte in.

Bron: Don Boscoscoop, 2019/1, p. 4-5

Tine Kockaerts • Onderwijs, Don Bosco Instituut (ASO) - Haacht • geplaatst op 07 februari 2019