Opvoeden in en na coronatijden

Gee van Don Bosco Vorming & Animatie volgde onlangs een webinar van Peter Adriaenssens. Ze schreef een samenvattende tekst om deze wijsheden vast te kunnen houden, maar deelt dit ook graag met u. 

We zijn vastgeroest als volwassenen.

We zijn gehecht aan onze routine. We moeten onze traditionele gewoonten aanpassen en dat vraagt veel van ons. Bij het begin van de lockdown, zo blijkt uit onderzoek was 80% blij. Wat betekent dat kinderen zeer welkom zijn en dat we opvoeden echt wel als onze roeping, onze missie zien. We hebben het goed voor met kinderen en jongeren. Helaas zijn deze gevoelens van blijheid niet gebleven. De realiteit van 24 uur op 24 uur samenzitten geeft ook spanning en conflicten. We zijn in het gewone leven niet gewoon om altijd samen te zijn. Na een vijftal weken in quarantaine merken we dat mensen ofwel moedeloos worden ofwel beginnen ze zich af te vragen of het allemaal wel nodig is. Dit merken we ook in het verschil van uitspraken: “we zitten in een oorlogssituatie, het zal nooit meer hetzelfde zijn” of “moeten we niet gewoon een beetje ons gezond verstand gebruiken, overdrijven we niet een beetje…”


We zijn een verwende generatie

Ouders, opvoeders zijn verslaafd aan pasklare antwoorden op hun vragen. We willen kost wat kost kant en klare oplossingen voor problemen en nét die hebben we nu niet. Denk maar aan de reactie van volwassenen op pubers. “Waarom doen die niet gewoon wat gevraagd wordt?”

De WAAROM vraag irriteert de jeugd, vandaar hun antwoord DAAROM. Of denk maar aan de reflex van het onmiddellijk op zoek gaan op het internet. Je hebt een probleem, tikt het in en krijgt onmiddellijk heel wat korte adviezen. Helaas (of gelukkig?) zit er in ieder gezin, in elke klas, in elke leefgroep wel een kind of puber die nét niet aan al die adviezen beantwoordt. En dat frustreert ons. “Ik heb mijn les zo goed voorbereid en waarom bereik ik die drie leerlingen nu niet?”


Kennis is één ding maar we moeten dat combineren met ons buikgevoel

We moeten afstappen van het lineaire denken, namelijk dat er voor elk probleem een antwoord bestaat. We moeten op zoek naar creatieve antwoorden die niet vastliggen. In deze coronatijd hebben we enerzijds experten die kennis en richtlijnen geven maar die moeten door ons vertaald worden naar de praktijk. En hiervoor moeten wij beroep (durven) doen op onze eigen creativiteit. We moeten durven ons eigen gevoel te volgen en onze eigen stijl te ontwikkelen. We moeten het niet allemaal op dezelfde manier aanpakken. Maar dat vraagt ook lef. Op deze manier geven we voorbeelden aan kinderen en jongeren van hoe wij zelf trachten problemen op te lossen.


Kinderen zijn de wegwijzers kwijt

Combinatie thuiswerk en zorg voor kinderen is vandaag zeker voor kinderen helemaal niet duidelijk. Sommige ouders zijn nu fulltime thuis maar moeten ook werken. Zeker jonge kinderen kunnen dat onderscheid niet maken. Sommige ouders lossen dat creatief op door een andere pet op te zetten wanneer ze aan het werk zijn. Je probeert als ouder te zeggen dat je tijdens namiddagen niet gestoord mag worden maar net dan komt je kind uitleg vragen over een oefening. Hoe is het mogelijk denken sommige ouders, maar het is toch logisch denken een aantal opvoeders gelukkig ook. We moeten kinderen helpen om duidelijk te maken wat er, wanneer is. De eettafel wordt vandaag ook voor van alles en nog wat gebruikt. Dat maakt het soms nog verwarrender.

Het is ook niet de bedoeling dat ouders nu fulltime voor de animatie van hun kinderen gaan zorgen. Want ook dat zien we nu vaak gebeuren. Want dan staan kinderen voortdurend naast jou om te vragen “En wat nu?” Je maakt kinderen erg afhankelijk op deze manier. Het aspect vervelen is heel belangrijk. Het zelf moeten gaan uitzoeken is een belangrijke vaardigheid die we kinderen en jongeren moeten meegeven. We ontdekken heel veel in onze verveling. We moeten meer zeggen: ”jij hebt nu een uur voor jou, zoek het zelf maar uit…”


Tieners hebben moeite met het risicoverhaal want dat staat haaks op hun ontwikkeling

Je moet jongeren steeds blijven zien als kinderen in ontwikkeling. Tieners hebben geen toeziende ouders of opvoeders meer nodig en nét nu zijn die er altijd. Tieners hebben nood aan autonomie en aan ruimte met vrienden. In normale omstandigheden gaan ze naar school, ontmoeten ze hun vrienden, hebben ze veel experimenteerruimte. Ze ontdekken waarschijnlijk nu ook dat naar school gaan misschien niet tof is maar hen wel de kans geeft om samen te zijn met vrienden, buiten het zicht van hun ouders te zijn, ruimte geeft om wat te experimenteren…

Ze hebben in het bijzonder moeite met het risicoverhaal want het staat haaks op de normale ontwikkeling van tieners. Pubers zitten in een leeftijdsfase van experimenteren, van risico’s opzoeken, ze houden van kicks. En net nu vragen wij van hen om voorzichtig te zijn. Het is ook een beetje dubbelzinnig. Want in echte oorlogssituaties wordt net de jonge generatie naar het front gestuurd. Het verhaal van gevaar bereikt hen daarom ook niet. Tieners zien er geen gevaar in omdat ze net in hun fase van het leven op zoek zijn naar uitdagingen..


Jongeren hebben geen boodschap aan dramataal

Ze hebben aanmoediging nodig. Ze missen ook wat “poeier” in hun leven nu. Ze zitten in een labozone waar ze vooral willen dromen en experimenteren (wie ben ik, hoe voel ik mij, wie zou ik willen zijn). Hun dromen moeten ze nu even de ijskast in steken, wat voor hen niet gemakkelijk is. Ze worden ontzettend geremd. We moeten gevoelig zijn voor deze nood die bij pubers leeft. Ze willen niet door hun ouders vastgehouden worden want het zijn vooral hun vrienden die voor hen van betekenis zijn. En die mogen ze nu niet ontmoeten. Volwassenen reageren vaak dat ze het niet normaal vinden dat pubers nu plots ook nog beginnen uit te vliegen. “Ze hebben het hier toch goed bij ons, waarom moeten ze dan plots kwaad worden of met de deuren beginnen slaan...” Helaas is dat wel normaal. Pubers zijn in ontwikkeling en wij vragen van hen veel zaken die we niet kunnen verwachten. Jongeren weten ook zelf niet altijd waarom ze zo reageren. Het helpt om erkenning te geven aan hun zoektocht. Wat niet wil zeggen dat we alles maar moeten goedkeuren. We moeten er wel begrip voor opbrengen.

En eerlijk, we hebben allemaal moeite met verplichtingen. Als volwassenen voelen we meteen waarom we dat beter wel doen. Maar we zijn allemaal veel gevoeliger voor beloningen. Om pubers aan te moedigen maken we best van een verplichting een doel waar ze ook winst in zien. Veel jongeren gaan wel mee in een onderhandeling, niet in een verplichting. Het helpt om zelf even terug in de tijd te gaan en te kijken hoe jij was als puber.


Praten, praten, praten is de boodschap maar ook af en toe alleen kunnen zijn in ons kot

Ook wij hebben geen eenduidige houvast meer. We kunnen wel samen zoeken. Het is belangrijk om samen met kinderen en jongeren in gesprek te gaan over hoe we in het leven staan. We moeten meer vertellen aan kinderen en jongeren hoe dat nu voor ons is.

Er samen over praten betekent ook echt naar elkaar luisteren. We luisteren in het leven te vaak om onze eigen reactie voor te bereiden. Maar echt luisteren betekent niet bezig zijn met je eigen antwoord. Maar oprecht interesse hebben. “Vertel eens, hoe kijk jij ernaar?”. Gedachten en gevoelens uitwisselen in plaats van verdedigen.

We mogen gerust open zijn en zeggen dat de quarantaine ook voor ons geen romantisch verhaal is. Dat het bij momenten ook onze keel uithangt om 24 uur bij ons gezin te moeten zijn of bij onze partner, ook al zien we die zo graag. Mensen die moeten gaan werken zijn ook blij. Ze zijn niet jaloers op de thuisblijvers. Het is normaal dat we allemaal nood hebben aan eens alleen te zijn, aan gerust gelaten te worden… Het is ook gezond om ervoor te zorgen dat we onze tijd wat verdelen. We hebben allemaal ons eigen temperament en we moeten ook niet altijd elkaars “vriendjes” zijn. We moeten ook zorg dragen voor onszelf en dat betekent ook eens alleen kunnen zijn in ons kot. Of even alleen op wandel te gaan, te gaan fietsen…


Omgaan met stress vraagt om mildheid en wijsheid

We mogen niet onderschatten wat stress met ons doet. Stress brengt ons in een tunnelvisie. Je ziet hierdoor alleen nog wat voor jou belangrijk is om het nu voor jou terug goed te krijgen. In het leven leren we deze reactie een beetje af.

Maar het virus brengt sommige mensen terug in deze tunnelvisie. Het is voor sommige mensen echt een zeer stresserend gegeven. Zeker voor mensen die de gevolgen van dichtbij meemaken. Mensen bijvoorbeeld die zelf zwaar ziek worden, de zorgverleners die op spoed werken, mensen die plots iemand verliezen door corona, mensen die extra vatbaar zijn voor het virus… Het gaat over een soort van traumatische stress die we meemaken want het virus is onzichtbaar en we staan machteloos, het isoleert ons en het zorgt voor uitsluiting. Vandaar dat het door velen wordt vergeleken met een oorlog, de vijand…

Er zijn mensen die goed om kunnen met stress maar helaas hebben we niet allemaal dezelfde vaardigheden. Dus dat vraagt om begrip en mildheid voor reacties. Iemand die bang is kan je niet zeggen dat het belachelijk is om bang te zijn. Misschien hebben ze wel gegronde redenen? Sommige ouders hebben kinderen die niet meer naar school willen uit angst of willen zelf hun kinderen niet meer naar school sturen. Sommige jongeren vinden dat het nu toch ook goed gaat en beslissen daarom om niet meer naar school te willen gaan. We reageren allemaal anders.

We hebben allemaal in onze hersenen twee zones die hierbij een rol spelen, de wijze zone en de gevoelszone (we spreken ook over het knopje dat in alarm gaat). Helaas krijgt de wijze zone niet persé de overhand. Dus wees zeker tolerant ten opzichte van bange personen. Maar ook ten opzichte van mensen die net het omgekeerde doen, die agressieve taal gebruiken of hun eigen goesting beginnen te doen. Ook dat is een uiting van angst.

Pubers die niet bang zijn en zich niets van de maatregelen aantrekken of zelfs beginnen uit te dagen, kunnen we helpen om wijs om te gaan met deze stresssituatie. Ga een beetje mee in hun denken maar laat ze ook nadenken over de gevolgen ervan. Help hun eigen kijk te verbreden. “Oké, je wil met je lief of vrienden afspreken, maar hoe ga je ervoor zorgen dat het veilig kan?”

Het belangrijkste doel van het onderwijs is om kinderen en jongeren te leren om zelf problemen op te lossen

Dus hier krijgen we een mooie kans om dat te doen. We moeten leerlingen geen oplossingen geven maar ze leren nadenken (filosoferen) en creatief leren omgaan met problemen. Oplossingen vinden leer je door te oefenen. We hebben nu zelf geen oplossingen dus moeten we niet in de val trappen om het beter te weten. We kunnen kinderen en jongeren wel helpen door er een ‘niet angstig’ gesprek over te openen.

We moeten als samenleving eens echt werk maken van zorg dragen voor wie kwetsbaar is

De 30% kansarmen zijn er niet plots. Het irriteert velen dat die nu pas echt gezien worden en dan nog. De coronatijd is een tijd die zweren laat uitrijpen. We moeten ervoor zorgen dat we dit gevoel nu niet laten varen eens deze coronatijd achter de rug is. Hier hebben we als samenleving zeker een opdracht.


Hoe gaan we preventief om met deze omstandigheden?

Hoe zorgen we ervoor dat het leefbaar blijft voor ons allemaal? Wat wensen we elkaar meer toe?

Gebruik positieve taal. Spreek meer over de liefde, vertel elkaar over de dingen die er echt toe doen. Waar je echt respect voor hebt (vb. de vuilnismannen die nu aan het werk blijven,..) Leg niet op elke slak zout, niet alle problemen moeten uitgepraat worden, durf een blad om te slaan.

Laat ieder kind, iedere jongere, ieder mens aan het woord. Je hebt praters en zwijgers maar zorg er nu voor dat iedereen de kans krijgt om iets te zeggen. Help de zwijgers te praten en de praters te zwijgen.

Geef mensen tijd. Rust draagt bij tot kracht. Dat leren we van de sporttrainers, in trainingsschema’s wordt heel bewust ook rust ingebouwd.

Praat over de toekomst, waar je naar uitkijkt. We hebben nood aan een hoopvol perspectief dus let op met doemdenken (“we gaan failliet” of “het zal nooit meer worden wat het was”). We moeten ons ook wat bescheiden opstellen, we moeten niet te veel uitspraken doen alsof we het allemaal weten. Want we weten het allemaal niet.

Draag zorg voor de cirkel die nu gelegd wordt over de generaties heen. Laten we aan de jonge generatie zeggen dat we met spanning uitkijken naar hen. Geef hen ruimte om hun fantasie, hun oplossingen met ons te delen. Werk maken van echte participatie van kinderen jongeren is nu een uitgelezen kans.

Gebruik de ervaring waar we nu allemaal doorgaan. Waarom houden we persé vast aan die leerplannen? Misschien moeten we toch werk maken van kleine groepen? Misschien kan een combinatie van thuiswerken en op school leren wel voor leerlingen die snel zijn en is er zo meer ruimte voor extra zorg voor leerlingen die het nodig hebben? We hebben nu een heleboel interessante ervaringen die ons kunnen helpen om ons onderwijs wat creatiever en flexibeler te organiseren.

Heb aandacht voor rituelen. Vergeet niet samen te rouwen maar vergeet ook niet samen te vieren. Het is goed om aandacht te hebben voor verlies en afscheid en de moeilijke momenten die mensen hebben meegemaakt. Maar feest ook. Want ook bij rouwen en verdriet helpt feesten en vreugde. Vier de ontwijding van je living als we terug uit ons kot mogen. Rituelen en feesten helpen om corona ook te ontruimen en om plekken terug hun oorspronkelijk bestemming te geven. Je living wordt terug je living en niet de combinatie van living, werk- en schoolplek. Begin niet meteen met de orde van de dag wanneer je elkaar terugziet maar start heel open en vreugdevol. Vier het terugzien van mensen, applaudisseer niet alleen voor zorgverleners maar laten we dat ook doen voor onszelf, voor onze kinderen en jongeren.

Gee Van den Berghe • Don Bosco Vorming & Animatie, Don Bosco Vorming & Animatie • geplaatst op 29 april 2020