JONGERENWERKER MARCEL BERENDS BLIKT TERUG OP 13 JAAR DON BOSCO APELDOORN

Marcel werkt sinds april 2006 als jongerenwerker bij Don Bosco Apeldoorn. Rond zijn 18e begon hij er als stagiair voor zijn MBO opleiding sociaal cultureel werk. Daarna is hij er als vrijwilliger blijven hangen en was hij later onder andere bestuurslid. Tijdens zijn studie HBO maatschappelijk werk verzamelde hij een aantal studiepunten bij Don Bosco.

Je hebt een belangrijke signalerende rol in de wijk

Na één jaar studie Jeugd- en verslavingsculturen aan de universiteit ging hij in Apeldoorn aan de slag als jongeren- en verslavingswerker (straathoekwerker). Nadat Don Bosco Groep Nederland (wat later DBWN is geworden) was opgericht werkte hij er twee jaar als ambtelijk secretaris. Maar het maatschappelijk werk bleef kriebelen en daarom ging hij werken bij de reclassering in Apeldoorn wat hij zeven jaar heeft gedaan. “Dat waren gasten met elektronisch toezicht, het waren soms hele heftige dossiers, dat viel mij zwaar.”

Pionierswerk

Marcel was daarom blij dat hij april 2006 bij Don Bosco Apeldoorn als jongerenwerker aan de slag kon op een nieuwe locatie van Don Bosco in de wijk de Maten. “Het pand moest helemaal worden opgeknapt en daarvoor gebruikte ik dan mijn contacten bij de reclassering voor mannen die werkstraffen hadden. Ik heb deze tent, samen met collega Fiona Dreef, helemaal vanaf de grond mogen opbouwen. Het was veel pionierswerk. Alle contacten naar buiten toe, de samenwerking met vrijwilligers enzovoorts. Het werk bestaat uit drie onderdelen: het veldwerk, de jongeren opzoeken buiten; het inloopwerk: het centrum runnen, aanwezig zijn en een luisterend oor hebben. Het coachen en begeleiden van vrijwilligers en jongeren die problemen hebben, hier of thuis. Daarin heb je een  signalerende rol, je bent een belangrijke spil in de toeleiding en verwijzing naar zorg. Het veldwerk en de inloopuren zijn een middel om met jongeren in contact te komen. Deze wijk is heel gemêleerd qua bewoners en dat zie je terug bij de jongeren die hier komen. Soms zijn er jongeren van wel twintig verschillende achtergronden zoals Turks, Marokkaans, Antilliaans, Italiaans enzovoorts.

Sinds de invoering van de WMO-wet in 2015 met de verschuiving van de landelijke overheid naar de gemeente ligt de nadruk veel meer op samenwerking met andere partners, dat kost veel tijd. Er worden prestatieafspraken gemaakt en je moet alles kunnen verantwoorden, dat maakt het lastiger. Je geeft je eigen kleur aan het werk, ik ben een doener en actieve aanwezigheid, ga ik met de jongeren poolen, tafeltennissen of kaarten. Ik ben iemand die graag het positieve benoemt. Ik geef heel veel vertrouwen - waarschijnlijk meer dan anderen - want vertrouwen is heel belangrijk. En vraag niet teveel van de ander, wees redelijk. Mijn kracht zit in het laagdrempelig voorkomen dat een kind in de knel komt en in de hulpverlening belandt door bijvoorbeeld een (vecht)scheiding. Qua respect en gezag zit het wel goed maar qua feeling en voeling met jongeren gaat mijn leeftijd meespelen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale media waarop ze actief zijn. Van computers is veel verschoven naar de smartphones die je altijd bij je hebt.

Sociale media zijn een veel dominantere factor geworden en daarmee is het lastiger om signalen binnen te krijgen. Door internet wordt alles harder, mensen missen de drempel die je hebt als je iemand in de ogen kijkt. Je moet weggaan voordat je overbodig wordt. Ik ben toe aan wat anders en ga de komende maanden mijn werk afbouwen. Je moet bedenken dat ik al dertien jaar in de storm loop, in je werk kan bijvoorbeeld een moeder heel blij zijn maar de vader kan boos op je zijn. Dat soort situaties maak je mee. In die jaren is de problematiek niet veranderd, alcohol, (soft) drugs, ja nu heb je lachgas, maar in de kern blijven het gewoon jongeren die experimenteren.

Band met de wijk 

Je krijgt een band met de wijk en een naam in de wijk waardoor mensen met hulpvragen soms zelf contact met je opnemen. Ik krijg nu jongeren binnen wiens oudere broer of zus hier eerder kwamen en dan ga je de lijnen zien. Soms ga je naar de mensen thuis. Ik heb passie voor mijn werk en ben zeer betrokken maar heb geleerd dat je ook dingen los moet kunnen laten.

We hebben hier een klein hecht team van gepassioneerde mensen en hebben soms intern heftige discussies maar we komen er altijd uit. Vergis je niet, hier liggen heel veel bloed, zweet en tranen.

Ik ben trots op dit familiebedrijf, ik zie Fiona en mijzelf als een soort vader en moeder en de grote groep vrijwilligers als broers en zussen. Want de stagiairs en vrijwilligers vormen het fundament van ons centrum waardoor wij meer tijd kregen voor coaching. Ruimte en vrijheid om inhoud te geven aan het werk, in mijn loopbaan heb ik bij Don Bosco de meeste vrijheid ervaren.

Dit centrum is mijn kindje en het zal wel heel erg wennen zijn als er na zoveel jaar geen Don Bosco meer is. Soms waren er weken met geen dag zonder Don Bosco, ik geloof dat ik praktisch geen zondag gemist heb. Ik hoop dat dit centrum op dezelfde manier blijft werken omdat wij vaak net dat ene stapje meer doen. Jongerenwerk moet flexibel zijn en niet altijd begrensd door protocollen. Je moet je in je werk niet laten bepalen of het binnen je functieomschrijving past of dat je er geld voor krijgt. Hier blijft de preventief pedagogische aanpak van Don Bosco het fundament.”

“Per 1 januari ga ik weg bij Don Bosco, ik ben toe aan wat anders. Ik wil meer het maatschappelijk werk in. Ik ga het liefst weer aan de slag in de opvoedingsondersteuning van kinderen. Mijn droom is om een leefgroep voor jongeren op te zetten en vormingswerk aan te bieden, begeleid wonen met aanwezigheid en coaching.

Als ik bijvoorbeeld aan Assel denk, daar zouden bijvoorbeeld zwerfjongeren uit de stad even bij kunnen komen, een paar maanden rust om hun plek te vinden en weer met nieuw perspectief op pad geholpen te worden. En als tegenprestatie bijvoorbeeld wat klusjes op het terrein doen.”

Bron: Don Bosco NU 2019/3

Don Bosco NU • Jeugdwerk Nederland, Don Bosco De Maten • geplaatst op 03 oktober 2019